Tussentijdse toets

De tussentijdse toets vergroot je kans van slagen en is dus geen onverstandige keuze. Op ongeveer driekwart van je opleiding is er de mogelijkheid tot het afleggen van een tussentijdse toets. De tussentijdse toets verloopt als een ‘echt’ praktijkexamen en wordt afgenomen door een examinator van het CBR, maar je kunt niet slagen of zakken. Het is een goede gelegenheid om alvast te wennen aan het rijexamen en om eventuele nervositeit te verminderen. Voor het afleggen van een tussentijdse toets moet je in het bezit zijn van een geldig theoriecertificaat.

De examinator toetst of je veilig en zelfstandig kunt rijden en of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers. De examinator let onder andere op:

  • je beheersing van de auto
  • kijkgedrag
  • of je goed voorrang verleent
  • inhalen
  • in- en uitvoegen
  • rijden op kruispunten en rotondes
  • bijzondere verrichtingen

Na afloop krijg je een advies van de examinator. Zo weet je precies waar je nog aan kunt werken, voordat je echt praktijkexamen gaat doen.

Je kunt ook vrijstellingen verdienen voor de bijzondere verrichtingen. Dat betekent dat de examinator je hierop niet meer toetst tijdens je praktijkexamen. Je verdient de vrijstelling alleen voor het eerstvolgende praktijkexamen. Slaag je dan niet, dan moet je bij je herexamen wel weer de bijzondere verrichtingen doen.